Uitleg: Betaalmethode toevoegen in Afosto

In deze handleiding leggen we uit hoe je een betaalmethode toevoegt in Afosto. Het proces bestaat uit twee delen: het aanmaken van de methode zelf en het koppelen van een payment service provider (PSP). Doordat methode en provider losgekoppeld zijn, kun je later van provider wisselen zonder je methode-instellingen opnieuw te configureren.

Eerst even het grotere geheel

Een betaalmethode staat in Afosto nooit helemaal op zichzelf. Er zijn drie niveaus die samenhangen:

  • Betalingsconditie - het moment en de afspraak van betalen (bijv. Direct betalen, Aanbetaling, Later betalen).
  • Betaalmethode - het concrete middel binnen een conditie (bijv. iDEAL, Bancontact, creditcard).
  • Provider - de partij die de methode afhandelt (bijv. Mollie of Pay.nl).

Direct betalen is de standaardconditie die altijd geldt; andere condities voeg je toe als uitzondering daarop. Je koppelt methoden niet handmatig aan een conditie: binnen een conditie is automatisch de betaalmethode-structuur beschikbaar die voor die context (verkoopkanaal, land, orderbedrag) van toepassing is.

Deze handleiding gaat over het methode-niveau. Voor het instellen van condities, zie de handleiding 'Betalingsconditie toevoegen'.

Over 'Uitzonderingen' (de Rule Builder)

Op meerdere plekken in Afosto kom je de knop Uitzonderingen tegen. Dat is steeds dezelfde Rule Builder, waarmee je op basis van voorwaarden (bestelbedrag, land, klantgroep, enz.) iets aan- of uitzet of berekent. Je komt hem op drie plekken tegen:

  • Op een betalingsconditie - bepaalt wanneer die conditie van toepassing is.
  • Op een betaalmethode, onder 'Betaalmethode geactiveerd' - bepaalt of de methode wel/niet getoond wordt.
  • Op een betaalmethode, onder 'Betaalmethode kosten' - bepaalt de (eventueel voorwaardelijke) kosten.

De volledige werking, voorbeelden en aandachtspunten staan in de handleiding 'Betaalmethode rules'. Let daarbij vooral op twee dingen: de volgorde van regels is bepalend (van boven naar beneden, de eerste passende regel wint - sleep om te herordenen), en voor landen gebruik je ISO ALPHA-2 codes (bijv. NL, DE).

Voorbereiding

  • Zorg dat je bent ingelogd op je Afosto-beheeraccount.
  • Zorg dat je een account en de benodigde API-gegevens hebt bij de payment service provider die je wilt koppelen (bijv. Mollie of Pay.nl). Zonder die gegevens kun je de koppeling niet afronden.
  • Navigeer in het menu naar Betalingen > Betaalmethoden.

Het Betaalmethoden-scherm heeft twee tabbladen:

  • Online - methoden die via een provider lopen (iDEAL, Bancontact, creditcard, enz.).
  • Handmatig - methoden zonder provider, waarbij je de betaling zelf verwerkt (bijv. handmatige bankoverschrijving). Bij een handmatige methode sla je het koppelen van een provider over.

Het overzicht toont per methode de kolommen Naam, Provider, Actief en Uitzonderingen.

Deel 1 - De methode aanmaken (online)

  1. Ga naar Betalingen > Betaalmethoden en kies het tabblad Online.
  2. Klik rechtsboven op + Online betaalmethode. Er opent een scherm met de instellingen voor de nieuwe methode.
  3. Selecteer het type betaalmethode (bijv. iDEAL, Bancontact, creditcard of PayPal).
  4. Geef de methode een naam. Dit is de naam die je klanten in de checkout zien.
  5. Voeg een getoonde omschrijving en/of klantinstructies toe (optioneel).
  6. Voeg vertalingen toe als je webshop meertalig is, zodat naam en omschrijving in de taal van de klant verschijnen.
  7. Bepaal of de methode actief is (kopje 'Betaalmethode geactiveerd'). Wil je de methode alleen onder bepaalde voorwaarden tonen - zoals bij een minimaal bestelbedrag of voor specifieke landen of klantgroepen - klik dan op Uitzonderingen om dat in de Rule Builder in te stellen.
  8. Stel eventueel kosten in (kopje 'Betaalmethode kosten'). De kosten kunnen een vast bedrag of een percentage zijn en volgen de btw-instellingen van het verkoopkanaal; ze verschijnen als aparte regel op de order. Wil je de kosten voorwaardelijk maken, gebruik dan ook hier Uitzonderingen.
  9. Klik op Toevoegen (rechtsboven) om de methode op te slaan.

Deel 2 - Een provider koppelen

  1. Open in het overzicht de zojuist aangemaakte methode en kies de optie om een provider te koppelen.
  2. Kies een bestaande provider-integratie of maak een nieuwe aan. Bij een nieuwe provider voer je de gegevens en API-gegevens in en sla je op. Een bestaande provider selecteer je uit de lijst; een gekoppelde provider kun je hergebruiken voor meerdere methoden.
  3. Verifieer de koppeling (zie hieronder).

Controleren of de methode werkt

  • Zet je provider eventueel in testmodus en plaats een testbestelling.
  • Kom je tijdens het afrekenen op het scherm van de provider terecht (bijv. het iDEAL-scherm), dan is dat doorgaans een teken dat de koppeling goed werkt.
  • Controleer in het Betaalmethoden-overzicht de kolom Actief: een groene indicator betekent dat de methode actief is. Het overzicht toont ook de gekoppelde Provider en of er Uitzonderingen zijn.

Let op: een online methode is pas bruikbaar als hij zowel actief is als aan een provider is gekoppeld. Een actieve methode zonder gekoppelde provider kan niet worden afgerekend; controleer daarom dat de kolom Provider gevuld is.

Treedt er een fout op bij het koppelen, controleer dan eerst of de API-gegevens correct zijn ingevoerd en neem zo nodig contact op met de provider.

Verwante artikelen

  • Betalingsconditie toevoegen
  • Betaalmethode rules - de Rule Builder voor tonen/verbergen en kosten
  • Handmatige betaling toevoegen
  • Provider-specifieke stappenplannen (o.a. Mollie, Pay.)